Toespraak familie Cornel

zwitserland

Robert ten voeten uit: helemaal in het nu.

Roberts jonge jaren
Toen Robert 1 was en Sonja 7, gingen ze voor het eerst met Pa en Ma naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis. De huisarts en kinderarts wisten toen weinig of niet van CF. Zes weken van onderzoek volgden en het werd duidelijk dat ze Cystic Fibrosis hadden. Dokter van der Laag was toen hun arts. Met een uitgebreide instructie en de training tapoteren (kloppen noemden wij dat), maar ook met veel medicijnen, mochten ze mee naar huis. Wel werd er bij gezegd: ‘We geven jullie kinderen mee, maar je weet niet wat je meekrijgt aan zorg. Als ze de puberteit maar halen.‘
Drie maal daags sprayen en kloppen, soms 4 keer, in 12 standen op een speciale door de smid verbouwde schooltafel. Pa voor schooltijd Robert, Ma meestal Sonja en soms ook allebei door ons Ma Toos. Vrienden en familie vroegen zich af of dat kloppen geen pijn deed en of het niet te hard was.
Misttenten. Elke nacht kletsnat in bed door 2 liter vocht. Later bleek de misttent een bron van bacteriën. En elke dag alles weer wassen. Tassen vol medicijnen. Mager eten en niet roken in huis. Speciaal Mager Melkpoeder van de lokale melkfabriek. Ma die onder de afzuigkap af en toe een sigaretje opstak.
De vakantiemogelijkheden waren beperkt. Toch hebben we nog veel gedaan. Tijdens FOK kampen gingen pa en ma met ons, de 3 oudere broers op vakantie.
De oudere zoons zorgden er ook voor dat Robert en Sonja niet verwend werden.
Heel vaak opnames in het WKZ. ‘De Cornellekes zijn er weer!’ Een dieselauto werd aangeschaft vanwege de vele kilometers van Den Hoek naar Utrecht.
Wij, de broers beklommen heel vaak de Domtoren en bezochten het Centraal Museum. Daar was ook onze eerste kennismaking met Karel Appel. Dat gesmijt met verf sprak ons wel aan. En ondanks alles bleef het een gewoon gezin. We deden alles en nog meer, met elkaar, en in de dorpsgemeenschap.

Robert als jonge volwassene
Albert en Ilona woonden nog enkele jaren na het overlijden van Ma op Den Hoek.
In die periode groeide een nog hechtere band met Sonja en Robert. Zij kwamen dan even langs en zaten dan uren op de bank, beiden met hun hoofd op de schouder van Ilona zomaar wat te kletsen en te geinen.
‘Robert was een keer op de brommer gekomen, de oranje Puch die onze Beer (Berend) eens had gekocht. Rob had toen nog géén autorijbewijs en hij was daarom wel trots op dit vervoersmiddel. Bij vertrek lukte het hem echter niet de Puch aan de gang te krijgen waarop Albert deze even aantrapte en flink gaste om hem even warm te laten lopen.
Rob probeerde vervolgens de brommer over te nemen en in bedwang te houden.
De brommer had echter ook een eigen wil en ging er als een speer vandoor.
Pas na een kaarsrechte eigenhandige rit van zo’n 100 meter kwam de brommer tegen de bus van Struyk tot stilstand.’
In de periode na het overlijden van Sonja gingen Rob, Arian en Albert met enige regelmaat samen naar de film in Antwerpen. Na een hapje eten kozen zij dan een stoere film uit. Dit was een echte mannenavond.

Robert en Monique
Robert ging eerst samenwonen met Sonja. Sonja bracht Robert in Breda de nodige discipline bij. Daar moest hij ook zelf een dagritme opbouwen en ook zijn bed opdekken. En vervolgens vond hij zijn liefde Monique. Zij leerde hem planmatig te denken en ondersteunde hem daarin.
Robert was voor menigeen, waaronder Pa en Albert de helpdesk voor computervraagstukken en de vraagbaak voor aankopen. Hij speurde zeer consequent het internet, met vergelijkend warenonderzoek, af naar koopjes. Met zijn ICT kennis en computervaardigheid werkte hij ook geruime tijd in Oosterhout bij de wooncorporatie Cires. Wat had hij het daar naar zijn zin. Hij voelde zich echt nuttig om deel uit te maken van het Cires team. En wat goed dat zijn collega’s en leidinggevenden zo goed omgingen met het feit dat hij regelmatig ook niet aanwezig kon zijn. Monique en Robert woonden samen in Oosterhout. Daarna bouwden zij hun eigen huis in Langeweg.
Robert is een groot voorbeeld voor ons als zijn broers, maar ook voor onze eigen kinderen; Tomas, Manon, Stijn, Bart, Casper, Harm, Simon, Thijs en Diede.
Ik ben nu de jongste broer van het kleinere gezin van Gerard Cornel en Toos Rasenberg.

We missen Robert, Sonja en Ma.
Gelukkig hebben wij Monique als schoonzus. Pa, Albert en Ilona, Berend en Greta, Gert-Jan en Katja, beloven hierbij voldoende aandacht aan haar te blijven geven.

Terug naar: in memoriam

Advertenties